zaterdag 7 december 2019 Home Zoek Contact Veel gestelde vragen Sitemap Print deze pagina  
 
 
 
Persoon
Publicaties
Postuum
Recent
De tweede golf
Links
Algemeen
Onze andere sites
 
  Janny Groen
 
 Naar de vorige pagina
 
 
 >  PERSOON  >  BIOGRAFIEEN  >  GEPUBLICEERD VO...
 >  JANNY GROEN  
De Volkskrant, 28 juni 1999 - © 1999 PCM Uitgevers B.V. All rights reserved.

Janny Groen

JOKE SMIT
Gedreven door een groot onbehagen

  • Geboren: 27 augustus 1933 in Utrecht.
  • Bewonderde als kind: Luther; 'Hier sta ik, ik kan niet anders.'
  • Had een hekel aan: Renate Rubinstein.
  • Laatste wens: Vermeer zien in het Rijksmuseum, 'als een soort galgenmaal'.
  • Gestorven: 19 september 1981 in Amsterdam.

Onbehagen was het sleutelwoord in het leven van feministe Joke Smit. Ze werd voortdurend gedreven door onlustgevoelens, die ze aanvankelijk op een milde manier analyseerde. In haar geruchtmakend artikel 'Het onbehagen bij de vrouw', in 1967 gepubliceerd in het literaire maandblad De Gids, gaf ze nog blijk van een prettig relativeringsvermogen.

Alvorens alle onrecht dat de vrouw werd aangedaan aan de kaak te stellen, meldde ze dat de vrouw halverwege de twintigste eeuw 'vergeleken bij vroeger in een paradijs leefde'. Bovendien beschuldigde ze de Franse feministe Simone de Beauvoir, die net haar baanbrekende studie De tweede sekse had gepubliceerd, ervan de 'werkelijkheid te vervalsen'. Ze wilde de conclusie dat 'mannen het heerlijk hebben en vrouwen rot', niet onderschrijven. En besefte dat er belangrijker problemen in de wereld zijn dan de ongemakken waarmee een Nederlandse vrouw te kampen heeft: oorlog, honger.

Het artikel in De Gids, dat later algemeen werd beschouwd als het startpunt van de tweede feministische golf in Nederland, publiceerde ze nog onbekommerd met vermelding van de naam van haar toenmalige echtgenoot (de wiskundige Constant Kool). In een lang betoog maakte ze duidelijk dat de vrouw op vrijwel alle terreinen werd achtergesteld. Dat een zwaluw (het kiesrecht) nog geen lente maakt.

Ze haalde veel overhoop. Kaartte thema's aan als werk, betaling, verzorging van kinderen en echtgenoot, huwelijk, seks, abortus, anticonceptie, belastingtarieven, woningnood, huishoudelijk werk. In de veelvoud van onderwerpjes schemerden drie kernpunten door: een eerlijke verdeling van wat ze de 'binnen- en buitendienst' noemde, het schrappen van de verdeling mannen-en vrouwenberoepen, en herverdeling van de macht.

Haar analyse werd stevig gekleurd door haar persoonlijke ervaring. Ze was opgegroeid in het dorpse Vianen, als oudste van zes kinderen in een streng calvinistisch gezin. Haar vader, een verwoed lezer van vooral theologische boeken, was hoofd van een christelijke lagere school. Haar moeder gaf les op de huishoudschool. Beiden waren wereldverbeteraars, actief in de jeugdbeweging en lid van de blauwe knoop.

Als kind las ze veel, minstens twee boeken per week. Ze hield van Multatuli, vooral de Max Havelaar, en van de oude Grieken. Ze was voorbestemd voor het onderwijzersvak. Was al ingeschreven voor een stoomcursus kweekschool, maar de rector van het gymnasium vond dat een verspilling van haar intellectuele talenten en praatte haar ouders om. Smit mocht Frans gaan studeren, raakte in de ban van Du Perron en de Franse existentialisten, en ging na haar afstuderen werken aan het Instituut voor Vertaalkunde van de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam.

Daar ondervond ze aan den lijve hoe moeilijk het was haar werk en haar moederrol - ze had inmiddels twee kinderen - te combineren. Vergeleken met Parijs, waar ze tijdens haar studie een jaar woonde, vond ze het maatschappelijke klimaat in Nederland 'verstikkend'. In Nederland werkte toen slechts twee procent van de gehuwde vrouwen met kinderen en uit een Margriet-enquete bleek liefst 82 procent van de mannen moeite te hebben met de werkende gehuwde vrouw.

Smits artikel raakte een gevoelige snaar bij vooral gestudeerde vrouwen, van wie er velen even gefrustreerd bleken als zij. Uit de brieven die ze kreeg klonk zoveel misere door, dat ze niet langer met de armen over elkaar kon blijven zitten. Ze wilde een 'club' oprichten. Benaderde Hedy d'Ancona, die haar eerder had aangezet tot het schrijven van het Gids-artikel.

Samen stonden ze aan de basis van de pressiegroep Man-Vrouw-Maatschappij (MVM), die zich vooral richtte op sociaal-economisch beleid en wetgeving en zich zelden liet verleiden tot de toen gangbare ludieke acties. D'Ancona, sociaal-geografe aan de Universiteit van Amsterdam, ontpopte zich als de woord- en Smit als de pennenvoerster van de beweging.

Als taalwetenschapper had Smit, wie het spreken in het openbaar niet gemakkelijk af ging, plezier in het goochelen met woorden. Ze schreef pittige essays, die ze lardeerde met luchtige vondsten als 'de pil koppelt de paring los van de baring'. En 'de vrouw los van de konijnen', voegde ze daar schalks aan toe. Dat taalplezier verdween nooit geheel uit haar werk, maar raakte geleidelijk op de achtergrond naarmate ze zich meer bewust werd van haar rol als intellectuele motor van de feministische beweging.

Ze radicaliseerde, werd drammerig, op het obsessieve af. Was 24 uur per dag met de zaak bezig en had weinig oog voor de genoegens van het leven. Haar woonkamer was, op grote stapels boeken na, vrijwel leeg en op de vloer lag zeil: dat was zo praktisch met jonge kinderen. Bezoekers kregen de koffie geschonken in plastic bekertjes. 'Zusters' in de strijd, die tijdens werkbezoeken bij haar thuis van het thema afdwaalden - bijvoorbeeld genoeglijk wilden kletsen over de kinderen -, haalde ze rap weer bij de les.

Haar onbehagen ging over in verontwaardiging. Tegenover Bibeb verklaarde ze in 1972: 'Ik heb minstens een grote woede per week.' Ze verpakte haar boosheid vaak in krachttermen. Bewust, omdat je dat als meisje eigenlijk niet mocht. 'Vergeet niet, we hebben een fatsoenstraining achter de rug.'

Toen ze in 1971 gefrustreerd uit de Amsterdamse gemeenteraad stapte, waar ze deel uitmaakte van de PvdA-fractie, vergeleek ze de lokale politiek met een apenrots en hekelde ze het seksistisch taalgebruik. 'Bij de apen is het seksuele krachtsvertoon een materiele zaak, in de politiek loopt het via de omweg van de taal. Maar in beide gevallen gaat het om een krachtmeting met als inzet de vraag: 'Wie kan de grootste pik opzetten?''

Ze ergerde zich groen en geel aan de reclame, waarin mannen die hun vrouw een handje helpen, steevast werden afgebeeld als sullen; aan de kinderserie De Fabeltjeskrant, omdat daarin de vrouwelijke dieren werden neergezet als domme snaters; aan de vakbeweging, die bleef volhouden dat ze niets te maken had met de thuissituatie. 'De bond gedraagt zich tegenover vrouwen als een negentiende-eeuwse werkgever tegenover zijn arbeiders.'

Zelfs de vrouwenbeweging wekte haar irritatie. Die bleef volgens haar te veel steken in anarchisme en ludieke vrijblijvendheid. Bij het tienjarig bestaan van MVM in 1978 constateerde ze dat de vrouwenbeweging in een impasse was geraakt. Ze had zelf weliswaar ook actief deelgenomen aan feministische praat- en radicale therapiegroepen, maar met die zelfbewustwordingsprocessen alleen schoot de beweging te weinig op. Vond ze. Het werd hoog tijd dat een greep naar de macht werd gedaan. Met klef bij elkaar kruipen, elkaar over de bol aaien en de frustraties wegdrinken in het vrouwencafe, veranderde je de maatschappij niet.

Het zich afzetten tegen mannen met leuzen als 'ga niet met je onderdrukker naar bed', zette evenmin zoden aan de dijk. Vrouwen moesten strategisch denken en handelen, niet vies zijn van macht, mannenspelletjes leren spelen: regelen en ritselen. Joke Smit wilde 'mannenland' in, veranderingen bewerkstelligen in de bestaande structuren en organisaties. Ook in de wereld van de politiek, al was ze daar zelf in een eerdere fase uitgestapt. Ze zat in talloze adviesraden, onder andere in de door haar geinstigeerde Emancipatie Kommissie, voorloper van de Emancipatieraad.

Ze liep voorop in de ideeŽnvorming over arbeidstijdverkorting en tweede kans-onderwijs, 'de moeder-mavo', waaraan later ook havo en atheneum zijn toegevoegd. Ze wilde veel tegelijk, was ongeduldig. In het heetst van haar strijd voor een beter vrouwenleven kreeg ze te horen dat ze ongeneeslijk ziek was. Ze had borstkanker.

Toch kon ze niet relaxen. Ook het laatste jaar van haar leven wijdde ze aan haar missie. Nog zoveel strategieen moesten op papier worden gezet. Ze werkte door en bleef zich opwinden, onder andere over de hautaine medische stand.

Na haar dood verscheen haar laatste bundel Er is een land waar vrouwen willen wonen. Het is een feministisch Eden, waar volstrekte gelijkheid heerst, onderlinge concurrentie is uitgebannen en zorgzaamheid en saamhorigheid hoog in het vaandel worden gedragen. Het staat te boek als het land van Joke Smit. Een ideaal waardoor bij het gloren van het nieuwe millennium nog maar weinigen begeesterd raken.

Dit artikel werd herdrukt in: Paul Brill (red.), Kopstukken van het laagland. Een eeuw Nederland in honderd portretten (Uitgeverij Balans, 1999), pp. 386-390.